Welke richting moet je op kijken voor het noorderlicht?
Voor het noorderlicht kijk je richting het noorden. Dat klinkt logisch, maar het is de meest gemaakte fout: mensen draaien zich de verkeerde kant op en missen de lichten volledig. Het noorderlicht verschijnt aan de noordelijke hemel, omdat het ontstaat rond de magnetische noordpool. Sta je op het juiste moment op de juiste plek, dan zoek je altijd de noordelijke horizon.
Dat gezegd hebbende: bij een sterke uitbarsting kan het noorderlicht de hele hemel bedekken, ook recht boven je hoofd of zelfs richting het zuiden. Maar dat is de uitzondering. In de meeste gevallen zie je het laag aan de noordelijke hemel, als een groenachtige gloed of boog net boven de horizon.
Hoe bepaal je welke richting noorden is?
Weet je niet precies waar noorden is, dan helpt je telefoon je snel verder. Open het kompas in je weersapp of gebruik een navigatie-app. Sta je buiten de stad, zonder straatverlichting, dan kun je ook naar de Poolster kijken. Die staat altijd vrijwel precies op het noorden. De Poolster vind je door de twee buitenste sterren van de Grote Beer vijf keer hun onderlinge afstand door te trekken.
In populaire noorderlichtbestemmingen zoals Tromsø, Rovaniemi of IJsland oriënteren de meeste mensen zich snel. Maar ook in Nederland of België, waar het noorderlicht bij een hoge KP-index soms zichtbaar is, geldt dezelfde regel: draai je naar het noorden en houd de horizon in de gaten.
Welke richting bij een sterke KP-index?
De KP-index geeft aan hoe actief de zonnewind is en hoe ver het noorderlicht reikt. Bij een lage KP-waarde (KP 1 of 2) blijft het noorderlicht dicht bij de poolcirkel. Je ziet het dan alleen laag aan de noordelijke hemel, en je moet er écht op zoeken. Bij een hoge KP-waarde (KP 5 of hoger) reikt het noorderlicht verder zuidwaarts en verspreidt het zich soms over een groot deel van de hemel.
Praktisch betekent dit: bij KP 7 of hoger hoef je niet meer alleen naar het noorden te kijken. Het kan dan ook boven je hoofd of zelfs in het zuidwesten zichtbaar zijn. Maar begin altijd met het noorden, en kijk daarna of de lichten zich verspreiden.
Vermijd lichtbronnen aan de noordkant
Je kijkt dus naar het noorden, maar let op wat er tussen jou en de horizon staat. Lichten van een stad, een weg of zelfs een camping in die richting kunnen het zwakke licht van het noorderlicht overstemmen. Zoek een plek waar je vrij zicht hebt op de noordelijke horizon zonder kunstmatige lichtbronnen in de weg. Een open veld, een meer of een heuvelrug werken goed.
Houd ook rekening met de maan. Een volle maan verlicht de nachtelijke hemel sterk en maakt zwakkere vormen van het noorderlicht moeilijker te zien. Dat verandert niets aan de richting, maar wel aan wat je uiteindelijk te zien krijgt.
Fotograferen in de goede richting
Wil je het noorderlicht fotograferen, stel dan je camera of telefoon in op de noordelijke richting en zorg voor een duidelijke voorgrond, een boom, bergrug of wateroppervlak. Dat geeft de foto diepte. Gebruik een lange sluitertijd (bij voorkeur 5 tot 15 seconden) en een hoge ISO-waarde. Richten op het noorden en de camera stabiel houden zijn de twee dingen die het meeste verschil maken.
Kortom: voor het noorderlicht kijk je naar het noorden, zo laag mogelijk boven de horizon. Bij een zwakke activiteit zie je het nauwelijks ergens anders. Bij een uitzonderlijk sterke uitbarsting kan het alle kanten op gaan, maar noorden is en blijft je startpunt.
Hoe ontstaat noorderlicht? De wetenschap achter het spectacle
Wat is het noorderlicht? Oorzaak, kleuren en waar je het ziet
Noorderlicht in januari: wanneer, waar en wat je kunt verwachten