Finland natuur: de mooiste plekken en wat je echt te zien krijgt

De natuur in Finland is ruw, stil en overweldigend groot. Meer dan 70 procent van het land bestaat uit bos, er zijn tienduizenden meren en in de zomer gaat de zon nauwelijks onder. Als je op zoek bent naar ongerepte natuur met weinig drukte, is Finland een van de meest indrukwekkende bestemmingen in Europa.

Wat Finland onderscheidt van andere natuurbestemmingen is de combinatie van ruimte en toegankelijkheid. Dankzij het “everyman’s right” (in het Fins: jokamiehenoikeus) mag iedereen vrij door de natuur bewegen, kamperen in de vrije natuur en bessen plukken, ook op privégrond. Dat maakt de Finse natuur letterlijk open voor iedereen.

Bossen, meren en moerassen: wat de Finse natuur kenmerkt

Finland telt naar schatting zo’n 188.000 meren, waarvan de grootste het Saimaa-meer is in het zuidoosten van het land. Het is een van de grootste meren van Europa. Rondom die meren liggen uitgestrekte bossen van naald- en berkenbomen. Veel van die bossen zijn oud en dicht, met mos op de grond en amper geluid.

Naast bossen en meren heeft Finland grote veengebieden en moerassen. Die lijken op het eerste gezicht leeg, maar zijn rijk aan vogels, vlinders en amfibieën. Kraanvogels en roofvogels zijn er regelmatig te spotten. In het noorden, in Lapland, verdwijnen de bomen geleidelijk en maakt het landschap plaats voor open toendra, fjells (kale heuvels) en ongerepte rivieren.

Nationale parken in Finland: de beste gebieden op een rij

Finland heeft meer dan 40 nationale parken, verspreid over het hele land. Elk park heeft zijn eigen karakter. Dit zijn de meest bezochte en meest bijzondere:

  • Nuuksio nationaal park: vlak bij Helsinki, ideaal voor een korte dagtocht. Meren, rotsachtige heuvels en dichte bossen op nog geen uur van de stad.
  • Oulanka nationaal park: in het noorden, bekend om de Karhunkierros wandelroute (de “Berenwandeling”), een van de mooiste meerdaagse routes van Finland.
  • Pallas-Yllästunturi nationaal park: het op twee na grootste park van Finland, gelegen in Lapland. Beukend mooi in de herfst door de kleurrijke bomen (ruska).
  • Koli nationaal park: in Noord-Karelen, met uitzichtpunten over de Pielinen-meer. Dit landschap inspireerde Finse componisten en schilders in de 19e eeuw.
  • Urho Kekkonen nationaal park: het grootste park van Finland, bijna uitsluitend in Lapland. Hier zijn rendieren, wolven en zelfs veelvraten aanwezig in het wild.

Dieren in de Finse natuur

Finland is een van de weinige Europese landen waar grote roofdieren nog vrij leven. Bruine beren, wolven, veelvraten en lynxen komen allemaal voor, vooral in de dunbevolkte gebieden van Oost- en Noord-Finland. Het zien van een beer in het wild is zeldzaam, maar aanbieders van berensafari’s (met observatiehut) bieden een reële kans, met name in de grensstreek met Rusland bij plaatsen als Kuhmo.

Elanden zijn veel minder schuw en komen ook in de buurt van wegen en nederzettingen voor. Vogels zijn in Finland heel gevarieerd: van de zwarte specht en de Siberische jaap in de bossen tot de zeearend aan de kust en de lapplandse uil in het hoge noorden.

Seizoenen: wanneer zie je Finland natuur op zijn best?

Elk seizoen geeft een heel andere ervaring. In de zomer (juni tot augustus) schijnt de zon in Lapland soms 24 uur per dag. Dat is het seizoen voor wandelen, kanoën en vissen. Het water in de meren is in de zomer warm genoeg om te zwemmen.

De herfst, lokaal “ruska” genoemd, valt in september en oktober. De bossen kleuren dan vuurrood, oranje en geel. Dit is een van de meest spectaculaire periodes om door de Finse natuur te trekken. Wandelaars gaan dan specifiek naar Lapland voor dit kleurenspel.

In de winter (november tot maart) ligt alles onder de sneeuw. Het is donker in het noorden, maar ook de periode om het noorderlicht te zien. De natuur is dan compleet anders: stil, wit en bijna verlaten. Cross-country skiën en sneeuwschoenwandelen zijn populaire manieren om het bos in te gaan.

De lente (april, mei) is kort maar intens. IJsbrekers op de meren, opkomende vogels en het eerste groen zijn dan te zien. Lapland heeft in mei nog sneeuw, terwijl het in het zuiden al bijna zomer aanvoelt.

Praktisch: hoe ga je de natuur in?

Dankzij het eerder genoemde everyman’s right kun je vrijwel overal kamperen, wandelen en zwemmen zonder te betalen of toestemming te vragen. Wel gelden een paar regels: je mag geen schade aanrichten, vuur mag alleen op aangewezen plaatsen of als het brandgevaar laag is, en je blijft respectvol op afstand van woningen.

Nationale parken hebben goede infrastructuur: gemarkeerde wandelroutes, gratis kampeerplekken met een open haard (laavu of kota), en houten paden door moerasgebieden. Veel parken zijn gratis toegankelijk. Voor de grotere meerdaagse routes zoals de Karhunkierros is het slim om vooraf de huttenroute te reserveren, zeker in het hoogseizoen.

Muggen zijn in de zomer een reëel aandachtspunt, met name in Lapland en bij moerasgebieden. Neem altijd een goede repellent mee en kleding met lange mouwen. In de herfst is dit probleem een stuk minder.

Finland natuur is het best te verkennen met een huurauto, zeker buiten de nationale parken. Openbaar vervoer brengt je naar de grotere steden en knooppunten, maar de mooiste gebieden liggen vaak tientallen kilometers van de dichtstbijzijnde bushalte. Als je een week of langer de natuur in wil, is een auto bijna onmisbaar.