Waar komt de kerstman vandaan? De echte oorsprong uitgelegd

De kerstman zoals je hem nu kent, met zijn rode jas, witte baard en vrolijke buik, komt niet uit één enkel land of één enkel verhaal. Hij is een mengeling van de christelijke heilige Nicolaas uit Turkije, Scandinavische mythologie en een flinke dosis Amerikaanse en Britse populaire cultuur. Die combinatie groeide uit tot de herkenbare figuur die hij vandaag de dag is.

Van Sinterklaas naar kerstman: de christelijke wortels

De oudste laag in het verhaal van de kerstman is de heilige Nicolaas, een bisschop die leefde in de Romeinse stad Myra, in het huidige Turkije, ergens in de vierde eeuw na Christus. Hij stond bekend om zijn vrijgevigheid en het stiekem uitdelen van geschenken aan arme mensen. Dat beeld van een goedgeefse man die ’s nachts langs de huizen gaat, bleef hangen in de volksverhalen van Europa.

Via Nederlandse immigranten in Amerika raakte de naam “Sinterklaas” vervormd tot “Santa Claus”. Die naam is dus gewoon een uitspraakvariant van de Nederlandse benaming voor Sint Nikolaas. De Nederlandse traditie van het uitdelen van cadeaus op 5 december bracht zo een directe lijn naar de Amerikaanse versie van het kerstfeest.

De Scandinavische en Noorse invloed

Naast de christelijke heilige spelen ook oudere Noorse verhalen een rol. Er wordt gespeculeerd dat elementen van de Noorse god Odin zijn opgedoken in het figuur van de kerstman. Odin reisde in de midwinterdagen door de lucht op zijn achtbenige paard Sleipnir en beloonde brave kinderen terwijl hij strafte wie zich misdroeg. Kinderen zetten hun laarzen klaar met hooi voor het paard, in de hoop dat Odin hen iets zou nalaten. Dat klinkt sterk op de traditie van het zetten van schoentjes of het ophangen van kousen.

Ook de Scandinavische “Julenisse” of “Tomte”, een kleine kabouter die de boerderij beschermde en bij de midwinter cadeaus gaf, wordt gezien als een bouwsteen in het verhaal. Deze figuren droegen warme kleding, hadden een baard en waren verbonden met de donkere wintermaanden.

Waar komt de kerstman vandaan in zijn moderne vorm?

De kerstman zoals de meeste mensen hem vandaag kennen, ontwikkelde zich in de late Victoriaanse periode, ruwweg de tweede helft van de negentiende eeuw. In Amerika speelde het gedicht “A Visit from St. Nicholas” uit 1823 (beter bekend als “‘Twas the Night Before Christmas”) een grote rol. Daarin wordt voor het eerst een bebaarde man beschreven die op een slee door de lucht vliegt, getrokken door rendieren met namen als Dasher, Dancer en Rudolph.

De illustraties van tekenaar Thomas Nast, die van de jaren zestig tot en met de jaren negentig van de negentiende eeuw verschenen in het Amerikaanse tijdschrift Harper’s Weekly, gaven de kerstman zijn vaste uiterlijk: een ronde man met een dikke baard, een muts en een donkere of rode jas. Nast plaatste hem ook op de Noordpool, iets wat sindsdien is blijven hangen.

Het hardnekkige verhaal dat Coca-Cola de kerstman in zijn herkenbare rode pak heeft uitgevonden, klopt niet helemaal. Rood was al langer verbonden aan de kerstman in illustraties. Wel zorgden de bekende advertentiecampagnes van Coca-Cola in de jaren dertig van de twintigste eeuw, met illustraties van schilder Haddon Sundblom, voor een enorme verspreiding van dat rode, ronde, vrolijke beeld wereldwijd.

De Noordpool als thuisbasis

Dat de kerstman op de Noordpool woont, is geen oud volksgeloof maar een relatief recente toevoeging. Thomas Nast was de eerste die dit suggereerde in zijn illustraties. Later bouwden verhalen en films dit beeld verder uit met een werkplaats vol elven die de hele winter speelgoed maken. De Noordpool paste goed als thuisbasis: ver weg, mysterieus, en onbewoond genoeg om niemand te storen.

De kerstman is kortom geen uitvinding van één persoon of één land, maar een figuur die groeide uit eeuwen van volksgeloof, heiligenverering, mythologie en commerciële beeldvorming. Turks, Noors, Nederlands, Amerikaans en Brits: al die invloeden zitten verweven in de man die elk jaar op 25 december cadeaus brengt.