Instellingen camera noorderlicht: zo fotografeer je het goed
Voor het fotograferen van noorderlicht gebruik je bij voorkeur een ISO tussen 800 en 3200, een sluitertijd van 5 tot 15 seconden en een zo groot mogelijk diafragma (lage f-waarde, zoals f/1.8 tot f/2.8). Dit zijn de drie instellingen die het meest bepalen of je een scherpe, lichte foto van het noorderlicht krijgt of een donkere, wazig resultaat.
Het noorderlicht is zwak licht dat snel beweegt. Dat maakt de combinatie van deze drie instellingen zo belangrijk: ze versterken elkaar. Hieronder lees je precies wat elke instelling doet en hoe je ze op elkaar afstemt.
ISO: lichtgevoeligheid omhoog, maar niet te ver
De ISO bepaalt hoe gevoelig je camerasensor reageert op licht. Bij het fotograferen van noorderlicht begin je meestal op ISO 800 of ISO 1600. Is het noorderlicht zwak of staat het laag aan de horizon, dan kun je naar ISO 3200. Sommige moderne camera’s geven op ISO 6400 nog acceptabele resultaten, maar ruis wordt dan een probleem.
Ruis op een noorderlichtfoto zie je als korreligheid, met name in de donkere delen van de lucht. Hoe hoger de ISO, hoe meer ruis. Zet de ISO dus niet hoger dan nodig is. Begin op ISO 1600 en pas aan op basis van je testfoto. Is de foto te donker, ga dan omhoog. Is het noorderlicht helder en actief, dan kom je soms al weg met ISO 800.
Sluitertijd: lang genoeg voor licht, kort genoeg voor scherpte
De sluitertijd bepaalt hoe lang je sensor licht opvangt. Voor noorderlicht gebruik je een langere sluitertijd dan overdag, maar niet te lang. Een sluitertijd van 5 tot 15 seconden werkt in de meeste gevallen goed.
Ga je boven de 15 à 20 seconden, dan krijg je twee problemen. Ten eerste gaan de sterren in je foto strepen trekken door de aardrotatie. Ten tweede kan het noorderlicht zelf ook bewegen en wazig worden als het actief is. Bij een rustig, traag bewegend gordijn van noorderlicht kun je iets langer gaan (tot 20 seconden). Bij een fel, snel bewegend noorderlicht ga je juist korter (5 tot 8 seconden) om bewegingsonscherpte te voorkomen.
Gebruik altijd een statief. Bij sluitertijden van meerdere seconden is elke trilling zichtbaar. Een afstandsbediening of de zelfontspanner van 2 seconden voorkomt dat je de camera beweegt bij het indrukken van de ontspanknop.
Diafragma: zo open mogelijk
Het diafragma bepaalt hoeveel licht door je lens valt. Voor noorderlichtfotografie wil je een zo groot mogelijk diafragma, wat overeenkomt met een zo laag mogelijke f-waarde. Streef naar f/1.8, f/2.0 of f/2.8. Heb je alleen een lens met f/4 of f/5.6, dan moet je compenseren met een hogere ISO of langere sluitertijd.
Een volledig open diafragma heeft wel een nadeel: de scherptediepte is kleiner, waardoor objecten op de voorgrond minder snel scherp zijn. Wil je zowel een mooi voorgrond-element als de lucht scherp, dan kun je een fractie verder sluiten naar f/2.8 of f/4, maar weet dat je dan meer licht verliest.
Handige startinstellingen op een rij
| Instelling | Startwaarde | Aanpassen als… |
|---|---|---|
| ISO | 1600 | Te donker: hoger. Te veel ruis: lager. |
| Sluitertijd | 10 seconden | Noorderlicht beweegt snel: korter. Te donker: langer. |
| Diafragma | f/2.0 of f/2.8 | Meer scherptediepte nodig: iets sluiten naar f/4. |
Andere camera-instellingen voor noorderlicht
Naast de drie hoofdinstellingen zijn er een paar andere opties in je camera die het verschil maken.
- Handmatige modus (M): Zet je camera op volledig handmatig. Automatische modi werken niet goed in het donker en geven onbetrouwbare resultaten.
- Scherpstelling op oneindig: Stel handmatig scherp op oneindig (het ∞-symbool op je lens). Autofocus werkt in het donker nauwelijks. Controleer altijd op je scherm of sterren scherp zijn.
- RAW-formaat: Fotografeer in RAW in plaats van JPEG. In RAW kun je achteraf veel meer corrigeren, zoals witbalans en belichting, zonder kwaliteitsverlies.
- Witbalans: Stel de witbalans handmatig in op 3500K tot 4000K voor een koele, blauwe nachtlucht. Fotografeer je in RAW, dan kun je dit ook achteraf aanpassen.
- Ruisonderdrukking: Zet de ruis-onderdrukking in de camera uit. Bij lange belichtingstijden verdubbelt in-camera ruisonderdrukking de verwerkingstijd, wat lastig is als je snel meerdere foto’s wilt maken. Doe de ruisreductie liever in je bewerkingssoftware.
Veelgestelde vragen over camerainstellingen voor noorderlicht
Kan ik noorderlicht fotograferen met een smartphone?
Ja, modernere smartphones met een nachtmodus of handmatige modus kunnen noorderlicht vastleggen, mits je de sluitertijd verlengd kunt instellen. Het resultaat is wel minder gedetailleerd dan met een systeemcamera of spiegelreflexcamera.
Welke lens is het beste?
Een groothoeklens van 14 tot 24 mm met een groot diafragma (f/1.8 tot f/2.8) is het meest geschikt. Zo vang je een groot deel van de lucht en laat je tegelijk veel licht door.
Wat als mijn foto’s nog steeds te donker zijn?
Verhoog de ISO stapsgewijs, verleng de sluitertijd iets, of controleer of je diafragma echt zo ver open staat als je denkt. Vergeet ook niet te controleren of je lensfilter nog op je lens zit.
Met ISO 1600, een sluitertijd van 10 seconden en diafragma f/2.0 heb je een betrouwbaar startpunt voor vrijwel elke noorderlichtfoto. Maak een testfoto, beoordeel het resultaat op je scherm en pas van daaruit aan. Na een paar schoten zit je snel op de juiste instellingen voor de omstandigheden van die avond.
Noorderlicht fotograferen: zo doe je het stap voor stap
De beste reisgadgets voor je Finland-reis: dit neem je mee naar het hoge noorden