Het landkaartje: de vlinder die er twee keer per jaar anders uitziet

Boven oranje met zwarte vlekken, in de zomer donkerbruin met witte strepen: het landkaartje is een van de weinige vlinders in Nederland die er per seizoen compleet anders uitziet. Deze bijzondere vlinder, met de wetenschappelijke naam Araschnia levana, heeft twee generaties per jaar en weet daardoor bijna het hele vliegseizoen aanwezig te zijn.

Hoe ziet de landkaart vlinder eruit?

Het opvallendste aan het landkaartje is het verschil tussen de voorjaarsgeneratie en de zomergeneratie. Vlinders die in het voorjaar uitkomen, zijn overwegend oranje met donkere vlekken en lijntjes. Vlinders van de zomergeneratie zijn donkerbruin tot zwart, met witte en oranje bandjes over de vleugels. Die witte lijntjes op de donkere vleugels doen denken aan wegen op een landkaart. Daar dankt de vlinder zijn naam aan.

De twee generaties lijken zo weinig op elkaar dat vroeger werd gedacht dat het om twee verschillende soorten ging. De onderkant van de vleugels is bij beide generaties roodbruin met een fijn netwerk van lijnen, wat het kaartjespatroon nog meer benadrukt.

Wanneer vliegt het landkaartje?

Het landkaartje vliegt in twee periodes per jaar. De eerste generatie is te zien van half april tot eind juni. De tweede generatie vliegt van begin juli tot half september. Tussen die twee periodes is er een korte pauze, maar door die twee golven is de vlinder relatief lang in het seizoen te spotten.

De vlinders zijn het meest actief in de ochtend en laat in de middag. Dan zoeken ze nectar op bloemen. Mannetjes zijn ook bekend om territoriaal gedrag: ze bewaken een vaste plek en jagen andere vlinders weg.

Waar leeft het landkaartje?

Het landkaartje houdt van vochtige, beschutte plekken. Je vindt hem vaak in de buurt van bossen, bosranden, houtwallen en brede heggen. Rivieroevers en natte beekdalen zijn ook geliefde plekken. De vlinder mijdt open, winderige gebieden en heeft liever een omgeving met wat schaduw en beschutting.

In Nederland is het landkaartje een vrij algemene vlinder. Hij komt voor in grote delen van het land, maar is schaars in open polderlandschappen zonder bomen of struiken.

Wat eet de rups van het landkaartje?

De rups van het landkaartje eet uitsluitend brandnetel. Dat maakt de brandnetel een sleutelplant voor deze soort. Zonder brandnetel geen landkaartjes. De rups is donker van kleur met kleine stekeltjes en leeft in groepjes op de onderkant van de bladeren.

Het vrouwtje legt haar eitjes in stapeltjes aan de onderkant van brandnetelstengels. De eitjes zijn duidelijk gestapeld, als een torentje van groene bolletjes. Dat is een herkenbaar kenmerk als je weet waar je op moet letten.

Zo lok je het landkaartje naar je tuin

Wil je het landkaartje in je eigen tuin zien? Dan zijn er een paar dingen die helpen:

  • Laat een hoekje van je tuin verwilderen met brandnetel. Dit is de enige voedselplant voor de rups.
  • Zorg voor nectarplanten die de vlinder aantrekken, zoals vlinderstruik, distels of knoopkruid.
  • Creëer wat schaduw en beschutting, bijvoorbeeld met struiken of een heg. Het landkaartje houdt niet van te open, winderige plekken.
  • Gebruik geen insecticiden in de tuin. Die doden ook rupsen en vlinders.
  • Laat het gras op sommige plekken langer staan. Dat biedt schuilmogelijkheden voor vlinders.

Een perkje met brandnetel in een beschutte hoek is al genoeg om het landkaartje een kans te geven zich voort te planten in jouw tuin.

Hoe overwintert het landkaartje?

Het landkaartje overwintert als pop. Na de tweede vlucht in de zomer en vroege herfst vormen de rupsen een pop die de winter doorstaat. In het voorjaar komen de eerste vlinders uit deze poppen. Dat verklaart ook waarom de voorjaarsgeneratie er zo anders uitziet: de pop heeft de winter doorgemaakt en de omstandigheden tijdens de popfase beïnvloeden de kleur van de vlinder die uitkomt.

Het landkaartje is daarmee goed aangepast aan de Nederlandse winters. Het heeft geen vorstgevoelige overwintering als volwassen vlinder nodig, zoals sommige andere soorten dat wel hebben.

Veelgestelde vragen over het landkaartje

Waarom ziet het landkaartje er in het voorjaar anders uit dan in de zomer?
Het landkaartje heeft twee generaties per jaar. De kleur die een vlinder krijgt, wordt beïnvloed door de temperatuur en daglengte tijdens de popfase. Poppen die de winter doormaken, leveren oranje voorjaarsvlinders op. Poppen die in de warme zomer ontwikkelen, leveren donkerbruine zomervlinders op. Dit heet seizoenspolymorfisme.

Is het landkaartje een zeldzame vlinder in Nederland?
Het landkaartje is geen zeldzame vlinder in Nederland. Het is een vrij algemene soort die in grote delen van het land voorkomt, vooral op plekken met brandnetel en beschutting zoals bosranden en rivieroevers. In open, bomenloos landschap is hij minder te vinden.

Wat is de enige voedselplant van de rups van het landkaartje?
De rups van het landkaartje eet uitsluitend brandnetel. De vlinder is volledig afhankelijk van deze plant om eitjes op te leggen en voor de ontwikkeling van de rupsen. Wie brandnetel duldt in de tuin, geeft het landkaartje een kans.

Hoe herken je de eitjes van het landkaartje?
Het vrouwtje legt eitjes in kleine stapeltjes op de onderkant van brandnetelstengels. De eitjes zijn gestapeld als een torentje van groene bolletjes, soms wel zes tot tien eitjes hoog. Dat gestapelde patroon is uniek voor het landkaartje en makkelijk te herkennen als je de onderkant van brandnetelstengels bekijkt.